Op vrijdag 15 januari jl. was er sprake van ‘momentum’. Het kabinet Rutte III bood zijn ontslag aan na uitvoerig beraad over het rapport ‘Ongekend onrecht’. Dit rapport laat naar aanleiding van de toeslagenaffaire zien hoezeer de overheid de belangen van haar burgers niet meer dient. Het rapport spreekt van ‘een optelsom van onvermogen om recht te doen aan het individu’. Het doet ‘een dringend beroep op alle betrokken staatsmachten om bij zichzelf te rade te gaan hoe in de toekomst herhaling kan worden voorkomen en hoe het ontstane onrecht alsnog kan worden rechtgezet.’

Van documenten naar daden

Wat hier als ‘momentum’ kan worden gezien is dat dit zeer kritische rapport vraagt om reflectie, om een ingrijpende cultuurverandering. Daar heeft het nu demissionaire kabinet, na uitvoerige bezinning, een begin mee gemaakt. Het heeft een uitgebreide bief aan de 2e Kamer gestuurd. En in die brief staan verschillende voornemens en voorstellen. Men wil met die voorstellen serieus en grondig iets veranderen aan de verhouding van de overheidsinstanties met de mensen in de samenleving.

Zo liggen er dus twee belangwekkende documenten op tafel, die wachten op actie. Deze papieren werkelijkheid vraagt erom vertaald te worden naar de praktijk. Zullen de voorstellen opgepakt worden? Welke werkwijze zal ingezet worden om de gevraagde vernieuwing vragen op gang te brengen? Van wie wordt verandering gevraagd, wie blijven buiten schot? Hoe zal de weerstand tegen de aanbevelingen er uitzien?

Dat zijn enkele vragen die bij dit ‘momentum’ horen. Hoe men die vragen gaat beantwoorden zal bepalend zijn of er wel of niet een verschil gemaakt zal worden. Een deel van de brief gaat erover dat de overheid beter wil luisteren. Ze wil de signalen die op haar afkomen serieus nemen. Eén citaat:

“Voor de gehele Rijksoverheid zorgen we dat beleidsmakers, bestuurders en bewindspersonen op de ministeries veel vaker met hun uitvoeringsorganisaties en met de mensen voor wie zij werken in contact komen.”

Van verticaal …

Hier is werk aan de winkel om tot cultuurverandering te komen. Want ten eerste is het organiseren van een dergelijk ‘in contact komen’ al een hele opgave op zich. Overheden en burgers zijn vaak ver uit elkaar gedreven. Men leeft in gescheiden processen, elk met een eigen taal en eigen belangen. Het is niet gebruikelijk dat deze contacten tot stand komen.

Maar als dat bovengenoemde contact er eenmaal is, dan zal ten tweede de uitdaging vooral zijn dat men ook écht naar elkaar gaat luisteren. Vaak is er wantrouwen. Vanuit de overheid vraagt men zich af of burgers wel eerlijk zijn en conform de wet handelen. En burgers vragen zich af of de overheid wel in hen als mensen geïnteresseerd is en hun belangen dient.

De uitkomsten van het onderzoek naar de toeslagenaffaire laat zien dat er sprake is van een ver doorgevoerde top-down oriëntatie. Regels, wetten, controle, handhaving, sancties en een strikte uitvoering. De dominante oriëntatie is verticaal gericht. En het onderzoek laat zien dat hiermee aan individuele mensen ‘ongekend onrecht’ is aangedaan.

Uit de brief blijkt dat het kabinet hier verandering in wil brengen. Wil die verandering kans van slagen hebben, dan moet dit vanuit een andere oriëntatie gebeuren. Want als de overheid nu top-down, dus op een verticale manier reparaties gaat aanbrengen, maatregelen treft en zo probeert het systeem bij te stellen, dan blijft uiteindelijk alles bij het oude. Dan blijft de innerlijke houding van de mensen om wie het gaat hetzelfde en zal die gewenste ontmoeting niet echt plaatsvinden.

…. naar horizontaal

Het zal een daadwerkelijke vernieuwing zijn als de overheid stappen zet om naast de verticale ook aan een horizontale oriëntatie te gaan werken. In de genoemde brief staan enkele positieve voorbeelden van hoe dat hier en daar al gebeurd. Voorbeelden zijn de Jongerenadviesraad van DUO en het project ‘Garage de Bedoeling’ van de SVB. Het kan dus wel, maar het lijken uitzonderingen.

Die cultuurverandering van verticaal naar horizontaal wordt mooi uitgewerkt in het boek Horizontaal Organiseren van Adriaan Bekman. Hij beschrijft vanuit verschillende  aandachtsgebieden hoe die verandering eruit kan zien. Enkele voorbeelden

Van baas georiënteerd naar klant georiënteerd. Vooral in grote organisaties, die al lang bestaan, kan het contact met hun klanten verwaarloosd zijn. Maar mensen die daadwerkelijk op ontmoeting met klanten aansturen, ervaren hernieuwde zingeving in het werk.

Van hiërarchie naar dialoog. De hiërarchische structuur maakt routine mogelijk en zorgt in principe voor duidelijkheid in de lijnen van informatie en verwerking. Maar de dynamiek van verandering in onze samenleving vraagt vooral om dialoog: tijd nemen voor luisteren en spreken.

Van medewerkerschap naar leiderschap. Mensen in de organisatie gaan elkaar en zichzelf niet meer in de eerste plaats zien als opdrachtgevers en uitvoerders. Maar ze spreken elkaar aan als leiders, als eigenaren van de processen waar ze verantwoordelijkheid voor nemen.

Hoe doe je dit?

Het kabinet, aangespoord door het toeslagenonderzoek, roept op tot reflectie en staat een cultuurverandering voor. Hoe doe je dit? Er zijn vele benaderingen mogelijk. Vanuit het besef dat dit een zaak van lange adem is, heeft het IMO hiervoor een Cyclisch Ontwikkel Programma (COP) ontwikkeld. Daar hebben we al vele jaren ervaring mee en het sluit goed aan bij de vraagstukken die benoemd zijn. Het programma geeft ‘stuurders’ in organisaties een houvast om met de onbekende ruimte om te gaan. Het helpt om nieuwe stappen te zetten met onverwachte effecten. En het zorgt voor meer capaciteit van reflecteren en leren.

In een voortgaande cyclus komen steeds vier elkaar volgende activiteiten aan bod. Men oriënteert zich eerst op de problemen die er zijn en mobiliseert mensen die dit proces in gang zetten. Vervolgens gaan deze mensen onderzoeken en experimenten. Dan komt de fase van het ontwerpen en oefenen met nieuwe werkvormen. Daarin leren mensen zich de nieuwe realiteit eigen te maken. En tenslotte wordt dit een deel van het lopende beleid en integreert men het nieuwe in het bestaande.

Met de jarenlange ervaring van veel IMO adviseurs in verschillende landen zou dit COP een goede bijdrage kunnen leveren aan de voorstellen die in de brief van het kabinet staan.

 

Share This